Richtlijn

Aandacht voor overloopblaas in NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen

Gepubliceerd
21 december 2022
De herziene NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen besteedt aandacht aan de diagnostiek en het beleid bij een overloopblaas. Denk aan een overloopblaas bij klachten van frequente mictie, (nachtelijke) incontinentie en een percuteerbare en/of palpabele niet-pijnlijke blaas. Niet nieuw in deze herziening, maar wel 1 van de belangrijkste aanbevelingen is: overweeg medicatie bij aspecifieke mictieklachten alleen bij onvoldoende effect van niet-medicamenteuze adviezen en behandeling. Medicatie heeft maar beperkt effect en kent wel potentiële bijwerkingen.
2 reacties
Overloopblaas
Denk aan een overloopblaas bij klachten van frequente mictie, (nachtelijke) incontinentie en een percuteerbare en/of palpabele niet-pijnlijke blaas.
© Shutterstock

Net als in de oude standaard wordt het begrip aspecifieke mictieklachten gebruikt voor een verzameling aan klachten tijdens het urineren. De internationale literatuur en urologen hanteren hiervoor de term lower urinary tract symptoms (LUTS). Het kan gaan om een moeilijk op gang komende mictie (hesitatie), zwakkere straal, moeite met uitplassen, nadruppelen, plotselinge en hevige aandrang (urgency), toegenomen mictiefrequentie overdag en’s nachts (nycturie).

Diagnostisch is het van belang om aspecifieke mictieklachten te onderscheiden van specifieke mictieklachten, zoals urine­weginfectie, urethritis en urethrastrictuur. Vraag daarnaast naar eventuele achterliggende zorgen. Bij angst voor prostaatkanker past uitleg dat mictieklachten zeer vaak voorkomen, maar zelden de voorbode zijn van prostaatkanker.

De behandeling van aspecifieke mictieklachten is primair gericht op leefstijladviezen, zoals regelmatige ­lichaamsbeweging, adequate vocht- en vezelinname bij obstipatie, en beperking van koffie- en alcoholgebruik. Overweeg daarnaast een niet-medicamenteuze behandeling, zoals bekkenbodemspier­oefeningen bij aspecifieke mictieklachten of blaastraining als urgency op de voorgrond staat. Overweeg medicatie bij ernstige klachten en onvoldoende baat van de niet-medicamenteuze aanpak: een alfablokker of, als urgency-klachten op de voorgrond staan, een muscarineantagonist (voorheen anticholinergicum genoemd). Als bij evaluatie na 6 weken blijkt dat verbetering is opgetreden, is het advies de medicatie gedurende 3-6 maanden te continueren en daarna op proef te staken. Herhaal de medicatie eventueel opnieuw voor 3-6 maanden als de klachten recidiveren.

Chronische retentie en overloopblaas

Niet goed kunnen uitplassen kan leiden tot een chronisch verhoogd residu (chronische urineretentie) en klachten van een overloopblaas: zwakke straal, frequente mictie en incontinentie, zowel overdag als’s nachts. Een overloopblaas wordt vaak niet herkend omdat klachten langzaam ontstaan en vaak niet heel ernstig zijn. Ook zijn mannen nog in staat tot (pijnloze) mictie. Hoe frequent chronische retentie voorkomt, is niet duidelijk. Een mogelijke complicatie van chronische retentie/overloopblaas is nierfunctieverlies ten gevolge van stuwing in de hoge urinewegen. Bij een sterk vermoeden van een overloopblaas is verwijzing naar een uroloog geïndiceerd. Overleg daarbij over de termijn waarbinnen patiënt gezien moet worden. Bij twijfel over de diagnose wordt aanbevolen om met een echo het residuvolume vast te stellen om hydro­nefrose uit te sluiten.

Incontinentie

Anders dan in de oude NHG-Standaard maken we in deze herziene versie onderscheid tussen verschillende typen incontinentie: aandrangincontinentie (ook urge of urgency-incontinentie genoemd), inspanningsincontinentie (ook stressincontinentie genoemd) en gemengde incontinentie, een combinatie van beide vormen. Bij mannen gaat het meestal om aandrangincontinentie (40-80%). Daarna om de gemengde vorm (10-30%) en het minst vaak om zuivere inspanningsincontinentie (< 10%). Het onderscheid is van belang omdat de behandeling verschilt. Bij aandrangincontinentie wordt blaastraining geadviseerd, bij inspanningsincontinentie bekkenbodemspieroefeningen. Bij de gemengde vorm wordt eerst de meest hinderlijke vorm van incontinentie behandeld. Zo nodig kan daarna de behandeling die past bij het andere type incontinentie worden toegevoegd. Afhankelijk van de wens van patiënt en huisarts kan hiervoor naar een bekkenfysiotherapeut worden verwezen.

Raadpleeg de volledige versie van de NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen op richtlijnen.nhg.org.

Selma Bouthoorn, huisarts en wetenschappelijk medewerker van het NHG praat u in deze podcast bij over de herziene NHG-Standaard Mictieklachten bij mannen.

Deze podcast is ook beschikbaar als nascholingspilot (vooralsnog zonder accreditatiepunten). Bent u NHG-lid? Dan kunt u deze e-learning gratis maken via de NHG Leeromgeving. Doe mee aan de pilot, help ons aan feedback en bepaal mee hoe de toekomst van geaccrediteerde podcasts eruit komt te zien. 

Reacties (2)

User_31647 9 mei 2023

Text for comment 1921

User_16125 4 mei 2023

Text for comment 1918

Verder lezen