Het is nog onduidelijk welke rol cognitieve bias daadwerkelijk speelt bij oordeelsvorming tijdens telefonische triage. Bovendien is het de vraag of cognitieve bias niet óók optreedt tijdens telefonische triage in casuïstiek die niet tot calamiteiten heeft geleid.
Het begrip cognitieve bias komt oorspronkelijk uit de cognitieve psychologie en werd in 1972 geïntroduceerd door Tversky en Kahneman. Nadat Kahneman in 2002 de Nobelprijs voor zijn werk ontving, groeide de aandacht voor dit begrip, ook in de geneeskunde.
1 In medische literatuur over cognitieve bias worden tientallen soorten cognitieve bias beschreven, waaronder confirmation bias. Confirmation bias betreft de neiging om enkel informatie te verzamelen waarmee de eigen mening (bijvoorbeeld een diagnose) kan worden bevestigd, terwijl disproportioneel minder aandacht wordt besteed aan het verzamelen van informatie die de eigen mening ontkracht.
2 Cognitieve bias wordt vaak beschreven als primaire oorzaak voor diagnostische fouten, maar stevig wetenschappelijk bewijs hiervoor ontbreekt. De meerderheid van medisch (besliskundig) onderzoek naar cognitieve bias betreft hypothetische vignetonderzoeken met als belangrijkste beperking dat deze onderzoeken in experimentele omstandigheden zijn uitgevoerd en daarmee niet zonder meer vergelijkbaar zijn met de oordeelsvorming tijdens telefonische triage op huisartsenposten. De toepasbaarheid van de resultaten van dergelijk onderzoek in de dagelijkse praktijk wordt betwist. Zo komt in calamiteitenonderzoek de relatie tussen fouten in het diagnostisch beslisproces en de invloed van cognitieve bias vaak naar voren, maar deze retrospectieve analyses worden sterk gekleurd door kennis van de uitkomst.
3 Onderzoek naar telefonische triagegesprekken in de dagelijkse praktijk, waarbij de mening over (aan-/afwezigheid van) bias wordt bepaald zónder kennis over de uitkomst, vormt dus een innovatief onderzoeksgebied en kan bijdragen aan betere kwaliteit van de telefonische triage.