Het juiste gebruik van inhalatiemedicatie blijft aandacht vragen, zelfs bij inhalatietechnieken die bekend staan als gebruikersvriendelijk. Als een op zich adequate behandeling niet het juiste resultaat oplevert, is het belangrijk ook naar de inhalatietechniek te kijken.
Westerik et al. probeerden te identificeren welke elementen van het gebruik van een droogpoederinhalator geassocieerd waren met een slecht gebruik en hoe vaak patiënten in de eerste lijn hun inhalatiemedicatie niet goed gebruikten. Zij deden tussen 2011 en 2013 in acht landen een cross-sectioneel onderzoek. Getrainde astmaverpleegkundigen beoordeelden de inhalatietechniek bij de patiënten met astma.
Van de 3681 patiënten met astma gebruikten 623 (17%) een droogpoederinhalator. De gemiddelde leeftijd was 51 (SD 14 en 61% vrouw). Van die patiënten maakten 341 (55%) één of meer ernstige fouten bij die inhalaties. De meest voorkomende fouten waren het niet uitademen voor de inhalatie, onvoldoende diepe inademing na de inhalatie en een onvoldoende krachtige inhalatie. De volgende factoren waren significant geassocieerd met één of meer ernstige inhalatiefouten: ziekenhuisopname door astma in het afgelopen jaar (OR 2,07; 95%-BI 1,26 tot 3,40); obesitas (OR 1,75; 1,17 tot 2,63); slechte astma-instelling in de afgelopen maand (OR 1,57; 1,04 tot 2,36); vrouwelijk geslacht (OR 1,51; 1,08 tot 2,10); geen inhalatie-instructie in het voorgaande jaar (OR 1,45; 1,04 tot 2,02).
Het is een belangrijke taak van de huisarts, praktijkondersteuner of de apotheek om deze laatste factor tegen te gaan en te zorgen voor een juiste inhalatie-instructie.