Deze casus illustreert het belang van antibiotische profylaxe na een (honden)beet, zoals opgenomen in de NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties. In Nederland worden jaarlijks 40.000-50.000 mensen behandeld door huisarts of Spoedeisende Hulp in verband met een hondenbeet, eenderde van het totale aantal hondenbeten. Micro-organismen geassocieerd met infecties na hondenbeet zijn
Pasteurella multocida, Staphylococcus aureus en
Capnocytophaga canimorsus. Met name de
C. canimorsus is berucht gezien het mogelijke fulminante beloop. Er moet ook rekening gehouden worden met rabiës als het dier niet uit Nederland komt of het bijtincident buiten Nederland heeft plaatsgevonden. In de meeste gevallen is adequate reiniging en desinfectie voldoende.
1
De
C. canimorsus is een gramnegatieve staafbacterie en is een commensaal micro-organisme in met name honden- maar ook kattenspeeksel. De meestvoorkomende symptomen zijn koorts en koude rillingen, misselijkheid, braken, diarree, huiduitslag en spierpijn. Doorgaans ontstaan de symptomen zeven dagen na besmetting, maar er is een spreiding van één dag tot vier weken.
234 De meestvoorkomende presentatie van een
C. canimorsus-infectie is sepsis, al dan niet met DIS en ANI, en diffuse huiduitslag, zoals ook bij deze patiënte, maar ook endocarditis, meningitis, cellulitis en endoftalmitis zijn beschreven. De incidentie van sepsis wordt geschat op 0,67 per miljoen mensen per jaar, van wie 36% op de intensive care wordt opgenomen en in totaal 13-30% uiteindelijk overlijdt. In de meeste gevallen (65-82%) is er sprake van een hondenbeet of intensief contact met een hond. Patiënten zonder milt of met een a-functionele milt, alcoholisten en immuungecompromitteerden lopen extra risico op een fulminant beloop van een infectie.
234
Antibiotische profylaxe na bijtwonden is geïndiceerd als er sprake is van hoog infectierisico zoals bij een diepe bijtwond; een beet aan hand, pols, been of voet en een mensen- of kattenbeet. Antibiotische profylaxe is ook nodig als er sprake is van een patiënt met een verhoogd risico op infecties zoals patiënten met (functionele) asplenie, een kunstgewricht, verminderde weerstand, een kunsthartklep of ernstige klepaandoening. De voorkeur gaat uit naar amoxicilline-clavulaanzuur gedurende vijf dagen vanwege het brede spectrum, waaronder
C. canimorsus. Bij penicilline-overgevoeligheid is clindamycine of doxycycline een alternatief. Er is ook een indicatie voor tetanusprofylaxe.
1