Tussen 2010 en 2015 hadden 2311 patiënten uit 12 Amsterdamse huisartsenpraktijken (totaal 57.000 patiënten) contact met hun huisarts wegens lymegerelateerde gezondheidsklachten. Bij 36,4% van de consulten zette de huisarts serologisch onderzoek in en bij positieve serologie volgde een immunoblot, die bij 5,9% van de groep positief was. Dit percentage is gelijk aan de seropositiviteit bij de algemene bevolking. De meest genoemde klachten waren een recente tekenbeet, huidafwijkingen en algehele malaise. Bij patiënten met malaiseklachten werd bij 71,4% onderzoek verricht, 6,4% van hen had een positieve uitslag. Een positieve testuitslag kwam het meest voor bij huidafwijkingen (14,5%) en bij onderzoek op verzoek van de patiënt (13%). Bij een klassieke vorm van erythema migrans of een tekenbeet vroeg de huisarts bij respectievelijk 18,4% en 13,2% alsnog diagnostiek aan. Er was een grote variatie tussen huisartsenpraktijken bij het aanvragen van diagnostiek (19,2% tot 75,8% van de lymegerelateerde consulten).
Dit onderzoek toont aan dat niet alle huisartsen het advies volgen van de CBO-richtlijn uit 2013, waarop de NHG-behandelrichtlijn mede is gebaseerd. Dit onderzoek onderschrijft het belang van kennis over testeigenschappen en ziekteverschijnselen die passen bij lymeziekte. Dit is belangrijk om overdiagnostiek te voorkomen bij klachten met een lage voorafkans op lymeziekte, klassieke erythema migrans of tekenbeet zonder ziekteverschijnselen.
Literatuur
- Botman E. Diagnostic behaviour of general practitioners when suspecting Lyme disease: a database study from 2010-2015. BMC Fam Pract 2018;19:43.