Ten eerste, hoe groot is de kans dat een patiënt een otitis externa met Pseudomonas aeruginosa ontwikkelt door onvoldoende reiniging van een instrument? In het onderzoek van Wijshake werden bij 17 geselecteerde huisartsenpraktijken 231 kweken afgenomen. Uit 13 kweken (6%) werd een Pseudomonas aeruginosa geïsoleerd en uit 131 kweken (62%) andere gramnegatieven. De Pseudomaonas aeruginosa-isolaten waren afkomstig uit 8 praktijken. De onderzoekers vonden in 4 praktijken een overeenkomst tussen patiënt en instrument of tussen patiënten onderling en vonden bij 10 isolaten (= 4,6% van het totaal aantal gekweekte micro-organismen) een overeenkomst tussen patiënt en instrument of tussen patiënten onderling. Uitgaande van de 12.500 patiënten die jaarlijks in Nederland een cerumenlavage ondergaan en de 3% die een otitis externa ontwikkelt, zou van hen mogelijk 4,6% een pseudomonasbesmetting (= 17 patiënten) kunnen oplopen door inadequate reiniging. Dit is 0,14% van het totaal aantal patiënten dat jaarlijks een cerumenlavage ondergaat.
Ten tweede lijkt er meer overeenkomst te zijn tussen de isolaten van de patiënten onderling dan tussen de isolaten uit de oorspuit. In slechts 3 praktijken had 1 patiënt dezelfde stam als die uit de gebruikte oorspuit, dit is 1,3% (3/231) van alle afgenomen kweken en 23% (3/13) van de geïsoleerde pseudomonasisolaten uit de 17 geselecteerde praktijken. Landelijk betekent dat geen 0,14% maar 0,03% van het totaal aantal patiënten (= 4) na een cerumenlavage de kans loopt op een pseudomonasinfectie.
In 2 van de geselecteerde praktijken vonden de onderzoekers overeenkomsten tussen de isolaten van de patiënten onderling: in 1 praktijk hadden 3 patiënten en in 1 praktijk 2 patiënten een overeenkomstig isolaat wat niet gelijk was aan het isolaat uit de oorspuit. Van Pseudomonas aeruginosa is bekend dat deze bacterie zich prettig voelt in een vochtige omgeving. Een gemeenschappelijke bron in de betreffende praktijken, anders dan de oorspuit, is derhalve niet uit te sluiten.
Ten slotte nog een opmerking over het onderscheid dat de auteurs maken tussen ‘dezelfde’ stam en een ‘overeenkomst’ tussen de stammen. De gebruikte typeringsmethodes zijn zeker ‘state of the art’ maar het is onduidelijk welke criteria de auteurs hanteren om het onderscheid in ‘gelijkheid’ en ‘overeenkomst’ te maken.