Dat blijkt uit een groot internationaal prospectief cohortonderzoek waarbij data werd geanalyseerd van 136.384 deelnemers uit 21 landen op alle continenten. De deelnemers waren tussen de 35 en 70 jaar oud, en hadden geen cardiovasculaire ziekten in hun voorgeschiedenis.
Na gemiddeld 9,1 jaar waren 6796 deelnemers (5%) overleden en kregen 5855 mensen (4,3%) de diagnose myocardinfarct, CVA of hartfalen. Meer zuivelinname (melk, yoghurt, kaas of boter) was geassocieerd met een lager risico op de gecombineerde uitkomst dood of cardiovasculaire ziekte: 17% lager risico op sterfte (hazard ratio (HR) 0,83; 95%-BI 0,72 tot 0,96) en 34% lager risico op CVA (HR 0,66; 95%-BI 0,53 tot 0,82) bij > 2 eenheden zuivel per dag. Wanneer de resultaten werden uitgesplitst naar het soort ingenomen zuivel bleef het verband met een lager risico op de gecombineerde uitkomst dood of cardiovasculaire ziekte alleen overeind voor melk (HR 0,90; 95%-BI 0,82 tot 0,99) en yoghurt (HR 0,86; 95%-BI: 0,75 tot 0,99) na correctie voor relevante variabelen. Het lagere risico gold vooral voor volle melkproducten.
De uitkomsten over het gebruik van volle melkproducten druisen in tegen de aanbeveling van het Voedingscentrum dat vooral halfvolle en magere melkproducten adviseert, en staan ook in contrast met een recent Zweeds onderzoek dat een sterftetoename van 32% liet zien bij meer dan twee eenheden zuivel per dag. Mogelijk is het beschermend effect van zuivelinname vooral aanwezig in landen waar gemiddeld nog weinig zuivel wordt gebruikt. Nadere analyses van de resultaten op basis van deelnemers uit de meer op Nederland lijkende landen zijn nodig.
Literatuur
- Dehghan M, et al. Association of dairy intake with cardiovascular disease and mortality in 21 countries from five continents (PURE): a prospective cohort study. Lancet 2018;392:2288-97.